Centrum voor bewustwording
English
Dutch

De zaaier.

Met een voldaan gevoel keek de zaaier over de velden richting horizon. Wat kende hij die velden goed, hij had ze bewerkt, geploegd en gezaaid. Hij kende de seizoenen en hoe zij zich steeds afwisselden. Natuurlijk had hij zijn voorkeuren, hij hield van de zon en de lente wind. Dat was ook zijn tijd van werk, van zaaien; als hij de aarde had voorbereid genoot hij van het zaad dat tussen zijn vingers gleed. Hij zag het op en in de aarde neer komen en had steeds het vertrouwen dat het op de juiste plek terechtkwam, zou ontkiemen en vrucht zou gaan dragen. Hij genoot van het opkomen van het gewas, van de groei. Van het sappige groen, van de kleur van de vruchten. Hij had geoogst, jaar na jaar. En hij was dankbaar voor al die gulle gaven van moeder aarde. Ja, hij was voldaan deze zaaier. En hij zag dat het goed was. Nu bleef zijn blik rusten op de horizon. Nu was het de tijd om de vraag die hij altijd al geleefd had te gaan onderzoeken. Hij was er klaar voor om het gebied achter die horizon te betreden. Maar, hoe zou dat zijn die reis daar naartoe? Wat zou zijn bestemming zijn? De vragen dwarrelden in en om hem heen. Hij wist dat het tijd was en hij wist ook dat hij wilde gaan. Steeds meer ging hij een liefdevolle aanwezigheid ervaren, het was alsof hij uitgenodigd werd. Uitgenodigd om te vertrouwen dat het goed was. Hij was verbaasd. Want bij het betreden van het gebied achter de horizon werd je geacht alles waar je aan gehecht was achter te laten. Het voertuig waarmee gereisd werd kon die ballast niet vervoeren. Langzaam maar zeker begon hij te wennen aan het idee en ook aan het nieuwe voertuig. Af en toe was er een glimp in die wereld, het was er licht, er waren mooie kleuren en hij zag dat de voertuigen daar inderdaad heel anders waren. Ze leken op elkaar en toch had ieder zijn eigen kleur. Hij voelde dat zijn eigen voertuig zich klaarmaakte voor de reis. Ondertussen was hij bezig met het loslaten van de ballast, hij stond versteld van de hoeveelheid niet ter zake doende informatie hij met zich meedroeg. Hij ruimde op, boende, en werkte zich door het archief. Toen hij de laatste mappen met informatie had doorgewerkt keek hij achterom, terug op zijn werk. Hij liet de boel schoon en verzorgd achter. Zoals hij dat altijd gedaan had. Op dat moment opende er zich een deur en kwam er iemand naar hem toe. Hij pakte de uitnodigende hand aan en alsof hij door het water gleed bevrijdde zijn voertuig zich en gleed hij achter de horizon. Hij voelde zich een beetje raar, een beetje vreemd, heel licht, hij verlangde even naar de zwaarte. Maar richtte zich toen op zijn begeleidster, hij was hier niet alleen. De liefdevolle petemoei gaf vertrouwen. Hij gaf zich over aan zijn lichtheid en verbaasde zich over de snelheid waarmee zijn voertuig zich voortbewoog. Opeens besefte hij dat hijzelf dat voertuig was, hij ontwaarde zijn kleur en kreeg een gevoel van sprankeling. Af en toe was er even dat gevoel van weemoed en de pijn van een gedwongen afscheid, heel kort, want het volgende moment was er weer die verwondering en vreugde over die nieuwe staat van zijn. Daar, vanaf die plek, keek hij nog een keer om naar zijn bestaan als zaaier, ervoer de wisseling van de seizoenen, en voelde in zich een nieuw begin van de lente.
 
mine© december 2005.